dinsdag 4 november 2014

Een welkome aanvulling.

In the house of six is het al zo’n gezellige drukke bedoening, daar kan er best nog één bij. Zes of zeven in een huis, dat maakt dan ook niet meer uit. En nee, ik heb het niet over een baby! Ik zag het je wel denken... Nee, ik bedoel gezellige aanvulling in de vorm van een huisdier. Dat ontbrak er nog net aan. Huisje, boompje, maar geen beestje. 

We hebben ooit al eens een blauwe maandag konijn Basje gehad. Maar Basje was geen lang en gelukkig leven beschoren. Al na 8 maanden piepte hij er tussenuit. Niet dat er ook maar iemand -buiten de man en ik- naar het beest omkeek. Ze vonden er niet zoveel aan geloof ik. Het was ook niet echt een heel gezellig aaibaar konijn. Meer een angstig, wild beestje dat liefst met rust gelaten wilde worden. En dat deden de kinderen dan ook, hem vooral met rust laten. 

Ons viertal heeft niet veel ervaring met dieren. Dit blijkt uit het feit dat ze allemaal nogal bang zijn van beesten en met name van honden. Waarom? Werkelijk geen idee! En ook allemaal hè. De één steekt de ander waarschijnlijk aan met een angstige reactie op willekeurige hond X. Resultaat, panische kinderen als er een hond in de buurt komt. Oké, het is al veel minder erg dan eerst, maar toch. Van de stoere jongens en meiden is niet veel over als er toevallig een hond in de speeltuin rondloopt. Ook als we op weg naar school toevallig een kat passeren, lopen ze er met een grote boog omheen. Ik vind dit zo vreemd. En niet nodig bovendien. 

Los van het feit dat ik het goed vind dat de kinderen met dieren leren omgaan, niet meer zo angstig zijn en er goed voor zijn, vind ik het zelf heel erg gezellig! Alhoewel, het ligt aan het beest in kwestie natuurlijk. Ik hou van aaibaar. Met een slang of zo maak je me niet blij, knuffelt niet zo lekker. Voordat de kinderen er waren, waren er al poezen. Maar die verdwenen één voor één. Helaas. En de oudste zoon bleek best allergisch. Helemaal helaas. 

Maar met de jaren verdwenen steeds meer allergieën van de oudste (ode aan het letterlijk ’ergens overheen groeien’!) en begon het te kriebelen. Dus namen we een klein risico en bezochten we met zes man sterk een huis vol met tien katten. Waarom iemand tien katten heeft, is mij een raadsel, maar het leek me goed om te kijken hoe ons kroost erop zou reageren. Niks, nada! Nog geen niesje, geen jeukende ogen, niet benauwd. Niemand! En dan gaat het snel hè. 

De man mocht onze nieuwe bewoner kiezen. Heel toepasselijk koos hij de drukste van allemaal. Het was de enige kat die bewoog in het nestje. En met bewegen bedoel ik het oor van een broertje opeten. Die moest het worden uiteraard. Past wel bij ons, zo’n drukke, stoere poes. 

Afgelopen zondag was het zover. Poes Saar zou eindelijk bij ons komen wonen. En wat was ze stoer bij thuiskomst. Meteen op verkenning, niet bang van de kinderen. Gezellig! Ze liet zich goed oppakken en aaien. De kinderen vinden het echt super. En niemand heeft er gelukkig last van. De jongens pakken haar steeds op en knuffelen ermee. De meiden durven nog niet zo goed te aaien, maar dat komt wel. Iedereen is er druk mee op z’n eigen manier. Saar is een zeer welkome aanvulling op ons gezin. 

Er is echter één maar aan dit verhaal... Saar bleek geen Saar te zijn zoals gezegd. Saar bleek een kater. Oh. 


Ahum....welkom Borre! 

6 opmerkingen: